Omar

2 november 2011

in C1

Toen hij voorbij kwam lopen, hoofd en schouders voorovergebogen met zijn grote naar vetzucht neigende lijf gepropt in een te klein tenue wees Eveline, leidster van Arsenal C2, mij op hem. “Kijk”, zei ze. “Dat is Omar. Hij woont min of meer op het terrein van Swift.” Toen zij werkzaam was bij Swift speelde Omar in het team waarvan zij begeleidster was. Ouders zijn niet in beeld. Er is een thuis, maar dat is geen plek van warmte.

De enige Omar die ik ken schitterde lang geleden als getormenteerde arts in het epos ‘dr.Zhivago’ naast een begeerlijke Julie Christie. Deze Omar echter liet in zijn lichaamstaal zien niet bezig te zijn met een carriere als filmster, laat staan als dokter. In de wedstrijd, die Arsenal C1 speelde tegen zijn team, viel hij nauwelijks op, tot een moment kort voor het einde toen hij een karatetrap uitdeelde op het hoofd van Arsenal’s linksbuiten Robin, waarbij enkele toeschouwers meenden gekraak te hebben gehoord en hij als straf voor vijf minuten het veld moest verlaten. Na enig maar weinig overtuigend geuit protest van zijn zijde, sjokte hij naar de kant, de schouders onophoudelijk naar beneden wijzend. In de wereld van Omar bestaat geen vreugde. Verzet hiertegen is een zinloze bezigheid. Na de wedstrijd zag ik hem als laatste het voetbalveld verlaten, een tas met bidons vasthoudend. Waterdrager.

De door C1 verloren wedstrijd was teleurstellend en onnodig. Maar meer nog dan dat, vraag ik mij af of het Omar ooit zal lukken de last die op zijn schouders rust van zich af te werpen.

Groet Jeroen.

Previous post:

Next post: